Betaalbaarheid

Het gesprek begint niet met een inleiding, maar met een van de stellingen en vragen die Pieter Bregman op een lijstje heeft gezet. Zijn eerste vraag luidt: betaalbaarheid staat altijd in de top drie van gespreksonderwerpen bij huurders, maar niet bij de professionals. In het eerste Lokaal Akkoord is daar ook niets over afgesproken, omdat men ervan overtuigd was dat er voldoende betaalbare dan wel goedkope woningen waren. Maar is dat nu ook nog zo? De vele mensen die hier graag iets over willen zeggen, vinden allemaal van niet. Iemand van de wijkraad Corpus den Hoorn noemt de gedwongen verhuizingen waar wijkvernieuwing mee gepaard gaat – die confronteert bewoners met een huursprong van €100 per maand of meer! Iedereen kent wel iemand die graag zou willen verhuizen naar een gepastere woning, maar dat vanwege deze huursprong maar uit het hoofd laat. Kortom: ook de doorstroming waar bestuurders het steeds over hebben, komt erdoor in gevaar. Een mevrouw bekent zelf scheef te wonen – ze betaalt minder huur dan wel zou kunnen. Maar voor het huurbedrag dat haar voor ogen staat, kan zij in Groningen niets krijgen (ze denkt aan een appartement met lift; verder wil ze een iets grotere douche – niets luxueus allemaal; kopen wil ze niet, ze wil vrij zijn). Ze concludeert dat er een fors gat in het woningaanbod zit: plenty voor € 300 in de maand, voor € 600-700 idem dito, maar voor € 450-500 is haast niets te krijgen. Haar oproep om veel meer te gaan bouwen in dit tussensegment krijgt veel bijval. Ook het feit dat bewoners hiervoor geen huurtoeslag meer krijgen, schrikt niemand af.
Vooral vijfenveertigplussers zijn de dupe van het tekort, al bekent men wel, de kring rondkijkend, dat deze groep vanavond aan tafel oververtegenwoordigd is. Toch zouden bijv. starters, zoals jonge gezinnen op zoek naar een groter huis, voor het hetzelfde probleem staan. Of in termen van inkomen: de modale inkomens zijn de dupe. Woningen van € 700-800 in de maand kunnen zij zich niet permitteren, al was het maar omdat ze ook niet voor huurtoeslag in aanmerking komen. Velen van die mensen, zo valt aan tafel te horen, stellen met enige bitterheid vast dat ze in een eerdere levensfase veel beter een woning hadden kunnen kopen – maar ja, in het begin van hun beroepsleven hadden ze daar simpelweg het geld niet voor en nu is dat door schaarste en exorbitante prijzen weer niet mogelijk.
Iemand uit de Wijert is best te spreken over de omvang van de bouwactiviteiten in haar wijk. Het betekent dat men een prettig woonklimaat in stand wil houden. Alleen: er worden alleen maar dure huizen gebouwd, terwijl in het huidige klimaat van doorstroming niet veel terecht lijkt te komen. Pieter Bregman erkent dat deze zogenaamde lange doorstroom niet goed werkt. Misschien is een korte doorstroom met minder verhuisschakels beter.
Men heeft kritiek op de pogingen om door wijkvernieuwing de sociale samenstelling van wijken te verbeteren. Niet dat de aanwezigen nieuwkomers uit hun wijk zouden willen weren, maar door de krapte op de woningmarkt komen de vele bewoners in de knel die een andere woning in hun eigen wijk willen. Bij de goedkope eengezinswoningen zit het grootste probleem. De corporaties zijn zich daar bewust van geworden. Eengezinswoningen onder de huurtoeslaggrens worden inmiddels niet meer verkocht. Daarvoor is er in de huursector een te grote behoefte aan en daarvoor zijn te duur geworden om terug te bouwen in diezelfde huursector.
Iemand wil weten waarom er niet op grote schaal portiekwoningen worden opgetopt en voor ouderen van een lift worden voorzien. Pieter Bregman antwoordt dat sloop en nieuwbouw duidelijk goedkoper blijkt te zijn. Hij erkent wel dat de sociale gevolgen van dit beleid veel ingrijpender zijn (verhuizen!) [Ron Jeulings] voegt daaraan toe dat na renovatie de huren ook fors omhoog moeten.

In Nederland lopen er op dit moment zo’n 40 experimenten met tussenvormen tussen huur en koop. Een daarvan is van Nijestee zelf, in het Oosterpark. Is daar belangstelling voor?
Ook op deze vraag komt een duidelijk antwoord en dit keer instemmend. Iemand heeft al eens een kijkje genomen op de webiste van Dudok Wonen. De Hilversumse corporatie biedt verschillende speciale financiële constructies. Zo is er een soort erfpacht, waarbij het huis gekocht, maar de grond gehuurd wordt. In een ander geval koop je alleen het casco. Een derde optie is Sociale Koop: je koopt zoveel van je huis als je aankunt en als je positie verbetert, koop je er een stukje bij. In de tussentijd profiteer volgens een bepaalde verdeelsleutel mee van de waardestijging van je huis. Nog een voordeel: bij volledig eigendom van het huis zijn ook alle sores (prijzige reparaties, verborgen gebreken!) voor de bewoner en dat willen veel mensen niet.

Moeten de huren inkomensafhankelijk gemaakt worden? In Rotterdam heb je de situatie dat huurders bij aanvaarding van een woning twee huren voorgelegd krijgen, afhankelijk van hun inkomen. Nadeel is wel dat daarna geen wijzigingen meer mogelijk zijn. Dat zou op zich wel kunnen, maar daarvoor moeten corporaties hun huurders regelmatig naar hun inkomen vragen, iets wat tot nu toe alleen de overheid deed. Bovendien: als de corporaties dit doen, ontstaan er ook verschillen.
Men vindt dit een interessant idee, alleen mogen er geen verschillen tussen corporaties komen – alle huurders moeten gelijk behandeld worden. Dat betekent dat alleen het Rijk of de Belastingdienst naar het inkomen mag vragen.
Iemand klaagt over de manier waarop de huurtoeslag geregeld is en vindt de oude huursubsidie beter. Als het inkomen verkeerd geschat is, moet je het jaar daarop in één keer het teveel ontvangen bedrag terugstorten en dat kan aardig in de papieren lopen. Bovendien kleeft er een psychologisch nadeel aan de regeling: mensen zien alleen nog de hoge huur die ze betalen. De apart binnenkomende huurtoeslag trekken ze in hun beleving daar niet vanaf.

De energielasten zijn sterk gestegen de laatste tijd (Nijestee heeft woningen waarvan de energiekosten inmiddels hoger zijn dan de kale huur). Moeten de corporaties niet veel meer inzetten op het energiezuinig maken van hun woningen, ook als dat zich vertaalt in hogere huren?
Hoe groot het probleem van de energiekosten ook is, voor dat laatste is men bepaald huiverig. Wat voor maatregelen op dit punt ook volgen, duidelijk is in elk geval dat er terdege op de portemonnee van de mensen gelet moet worden – voor velen is elke rek er uit, zelfs de inflatie kunnen zij al niet meer aan. Misschien moeten de corporaties maar het leeuwendeel van het energiezuiniger maken op zich nemen, hun woningen lopen immers ook gevaar als huurders te weinig stoken of zelfs afgesloten worden (schimmelvorming!)

Wat vinden de aanwezigen van de servicekosten? Op dit moment leggen de corporaties daar op toe. Valt er op het punt van de servicekosten nog winst te behalen, bijvoorbeeld door zelfwerkzaamheid van de bewoners?
Iemand vraagt of de corporaties die service niet eerst nog eens tegen het licht kunnen houden – bij haar in de flat branden er op de gangen en galerijen een heleboel lampen voor niets. Een ander spreekt zijn waardering ervoor uit dat de corporaties veel regelen op het gebied van onderhoud. Als je weet wat het kost om ook maar een stoeptegel te laten vervangen, ben je blij als dit centraal geregeld wordt. Hij kan zich echter niet aan de indruk onttrekken dat het onderhoud onder druk staat. Zeker weten kun je het niet, want anders dan vroeger zijn de normen daarvoor niet meer openbaar. Op basis van vrijwilligheid (per portiek bijvoorbeeld) is zelfwerkzaamheid wel een optie, maar uit zichzelf doen bewoners dat niet. De corporaties zullen het moeten stimuleren.

Share and Enjoy:
  • Print
  • Digg
  • Sphinn
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Mixx
  • Google Bookmarks
  • Blogplay

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Spam Protection by WP-SpamFree